Blog

Zekerheid

“Wilt u de hypotheekrente vastzetten voor tien jaar, of voor twintig jaar?”, vroeg de dame van de bank. “Bij twintig jaar is de rente wel iets hoger; u koopt als het ware een stukje zekerheid”.

Ik vond dat treffend gezegd: ‘een stukje zekerheid’. Wij bouwen ons bestaan met allemaal van die kleine stukjes. De voorwaarden in het contract, onze verzekeringen, onze relaties, ons spaarpotje, het zijn allemaal ‘stukjes zekerheid’ die ons een veilig gevoel moeten geven.

Totdat er iets gebeurt waar je totaal niet op gerekend had. Een heftige ziekte, verlies van je baan, een verbroken relatie, een valse aanklacht, ze kunnen zomaar alle zekerheden omver gooien. Dan blijken al die stukjes zekerheid niet meer waard dan de scherven van je droom.

De zekerheid die God biedt, werkt daarom anders. Hij biedt geen losse stukjes, maar geeft zijn eigen Zoon als vaste basis onder heel ons leven, in al zijn facetten. Christus Jezus is ons bestaan doorgegaan om de losse eindjes aan elkaar te knopen en alles samen opnieuw aan God te verbinden.

Dan kan er nog steeds van alles gebeuren. Maar Hij is er bij en houdt ons vast. Hoe diep je ook valt, Hij vangt ons op. Voor wie gelooft is dan zelfs de dood geen eindstation. Christus Jezus laat ons immers delen in zijn onaantastbaar leven.

Het mooiste is dat je voor deze zekerheid niets extra’s betaalt. Dat heeft Jezus al voor ons gedaan. Zijn Geest deelt het gratis uit.

Kornelis Harmannij

Beperking

Bij ‘mensen met een beperking’ denken we het liefst aan anderen. Iemand in een rolstoel bijvoorbeeld. Of iemand met het syndroom van Down.

Maar met alle strenge maatregelen vanwege Corona weten we ons allemaal ‘mensen met beperkingen’. We kunnen even niet naar dat feestje. We kunnen niet gewoon samen naar de kerk. We kunnen zelfs niet als familie samenkomen. We worden aan alle kanten beperkt. Lastig.

Als christenen kijken we dan omhoog, naar God in de hemel. We geloven dat zijn mogelijkheden onbeperkt zijn. Kan Hij iets voor ons betekenen?

In ieder geval blijkt dat niet te zijn dat Hij onze beperkingen allemaal opheft. Christenen genieten wel Gods speciale zorg, maar lopen evengoed tegen dezelfde problemen op als iedereen.

Waar wij troost uit putten, is dat God zelf wel doet wat wij niet kunnen. Zijn Zoon stapte in een bestaan vol beperkingen. Vastgespijkerd aan het kruis kon Hij geen kant meer op. Maar in zijn opstanding uit de dood bewees God dat Hij alles aankan.

Hij laat dat ook zien doordat Hij ons nog steeds in dienst neemt. Blijkbaar is Hij niet bang dat onze beperkingen zijn plannen zullen schaden. Hij durft het aan om de meest beperkte mensen een ereplaats te geven in zijn koninkrijk.

Laten we daarom in deze tijd leren van die andere ‘mensen met een beperking’. Want zij wisten al wat wij nu allemaal ondervinden: je hoeft niet veel te kunnen, als je maar wel het hulpje van God mag zijn.

Kornelis Harmannij

Normaal

Het zijn verwarrende tijden. Wat vroeger normaal was, is dat opeens niet meer. Handen schudden, je gezicht onbedekt laten, je familie en vrienden uitnodigen op je bruiloft, samen zingen in de kerk en zoveel dingen meer, het was ooit normaal maar wordt nu afgeraden of zelfs verboden.

Sommigen noemen dit ‘het nieuwe normaal’. Dat is het natuurlijk niet. We hopen dat deze situatie nooit normaal wordt. Ondertussen blijft dat oude normaal wel onbereikbaar ver weg. Wordt het ooit weer normaal? En wat is eigenlijk normaal, als je het niet kunt toepassen?

Bij zulke vragen helpt het om terug te grijpen op wat onze God normaal vindt. Dan blijkt het Hem te gaan om betrouwbaarheid, toewijding, eerbied, bescheidenheid, liefde, zuiverheid, geduld, dankbaarheid, vrede, vrijheid, zelfbeheersing, vreugde, mededogen en hulpvaardigheid.

Noem zulke deugden niet meteen ‘christelijk’. Dan maak je ze te exclusief. Het gaat om eigenschappen en uitdagingen die ieder mens passen. Want hiervoor zijn we gemaakt. Het gaat werkelijk om wat normaal mag heten voor iedereen.

Wel is het goed om toe te geven dat je het niet bij alle mensen terugziet. En dus zijn we blij met Christus Jezus, die als geen ander het toonbeeld was al die mooie eigenschappen. Eindelijk een normaal mens!

Het is de moeite waard om van Hem dit ‘nieuwe normaal’ te leren. Het maakt je beter bestand tegen veranderingen in vertrouwde gewoontes en activiteiten die ooit normaal waren en nu even niet kunnen. Want wat werkelijk normaal is, blijft gelukkig staan.

Kornelis Harmannij

Controle

Het is een heerlijk gevoel om alles onder controle te hebben. Soms lukt dat, of denk je dat het lukt. Dan voel je je gelukkig, je voelt je sterk: ‘alles onder controle’!
Omgekeerd zorgt het voor lichte paniek wanneer je de controle kwijt bent. Je wordt onzeker, je wordt bang, je zoekt manieren om het toch weer een beetje terug te winnen. Soms lukt dat, soms ook niet.

Onze God heeft ooit bedacht dat er mensen moesten komen om zijn schepping te beheren. Ze mochten controle uitoefenen! Het klopt dus wel dat we daar nog steeds naar verlangen. Het hoort bij onze opdracht.
Voorwaarde was alleen dat we die taak zouden uitvoeren in verbondenheid met God zelf. Hij blijft de Heer! Hij is de enige die echt alles aankan; wij kunnen het alleen door Hem.

Toen Jezus bij ons op aarde was, liet Hij zien hoe Hij alles onder controle had. Hij genas zieken, gaf brood aan wie honger had, bracht verwarde mensen tot rust en legde stormen het zwijgen op.
Het meest wonderlijke is dat Hij dit niet deed met behulp van een machtige organisatie, met hoogontwikkelde laboratoria, met veel geld, of met een brede staf van wetenschappers. Hij dit het simpelweg door zijn geloof in God.

Dat irriteert: ‘denk niet dat het altijd zo makkelijk gaat’. Maar het daagt ook uit: wijst Jezus ons misschien op een geheim dat wij, met onze hang naar eigenmachtige controle, te vlot hebben losgelaten?

Kornelis Harmannij

Verbinding

Men zegt dat mensen van deze tijd zich niet zo gemakkelijk ergens aan verbinden. Niet aan hun werk, niet aan de kerk, en zelfs niet aan een partner. ‘Ik weet niet of ik dit mijn leven lang wil volhouden’.

Het is de vraag of dat vroeger echt anders was. Wat vast ook meespeelt is dat er nu meer mogelijkheden zijn om je ergens van los te maken. Zijn die mogelijkheden er niet, dan zie je ook in onze tijd dat mensen lang blijven hangen in dezelfde situatie. Maar dat is niet hetzelfde als dat ze zich er van harte aan verbinden.

De moeite blijft immers dat je telkens wordt teleurgesteld. De mensen om je heen blijken nooit helemaal te vertrouwen. Dus houd je afstand, durf je je niet werkelijk te geven, je niet echt te verbinden.

Het is daarom wel wonderlijk dat Gods Zoon, onze Heer Jezus, zich toch voluit aan ons als mensen heeft verbonden. Niet omdat Hij ons vertrouwen kon: Hij werd verraden en gekruisigd. Maar Hij bleef trouw omdat Hij geloofde in het werk van zijn Vader en de kracht van Gods Geest.

Dat dwingt respect af. Het geeft ons moed om ons op onze beurt eveneens te durven verbinden: eerst aan God, en dan ook aan de mensen om ons heen. Niet omdat zij betrouwbaar zijn, maar omdat Hij betrouwbaar is. Zijn Geest geeft de veiligheid die nodig is om je van harte aan de ander te kunnen geven.

Kornelis Harmannij

Zon

Geen mooier licht dan zonlicht, geen aangenamer warmte dan zonnewarmte. Wel of geen zon, dat is letterlijk het verschil tussen dag en nacht. Het weer kan wisselen, maar de zon blijft betrouwbaar: we zetten onze klok erop gelijk.

Geen wonder dat in oude religies de zon als godheid werd vereerd. Inmiddels weten we beter. De zon is slechts een van de vele sterren uit het universum. Het maakt degene die al deze zonnen heeft ontworpen en vormgegeven ondertussen alleen maar groter. Hem mogen we met recht God noemen.

Zelf is God meer dan de zon. Hij, als Schepper, was er vanaf het begin; de zon kwam pas halverwege kijken. En ook als de zon zijn tijd heeft gehad, zal God er nog zijn. De Bijbel leert ons uitkijken naar de tijd dat Hij alles nieuw zal maken, een tijd waarin de zon overbodig zal zijn. Want God zelf zal onze zon zijn.

Is dat een verlies? Inderdaad zullen we iedereen uitlachen die beweert de zon te kunnen overtreffen. Behalve als de Schepper van de zon het zegt. Een God die zoiets bijzonders kon bedenken, mogen we vertrouwen als Hij zegt dat het straks nog mooier wordt.

Geniet van de zomer, geniet van de zon. Maar vergeet daarbij niet om de Maker te danken. Want er is geen groter geluk dan je te mogen koesteren in de warmte van Gods goedheid. Daar kan zelfs de zon niet tegenop.

Kornelis Harmannij

Regels

De corona bracht nieuwe regels mee: geen handen schudden, niezen in je elleboog, anderhalve meter afstand houden.

In het begin vonden we zulke regels prettig. Het naleven ervan geeft een gevoel van controle. Maar na verloop van tijd verandert dat. Je gaat je irriteren aan de regels die jij overbodig vindt. Je stoort je aan anderen die zich niet houden aan de regels die jij wel belangrijk vindt.

Bij de regels die God aan de mensen gaf, werkte dat vaak net zo. Ze waren bedoeld om ons in leven te houden. Doe dit en het zal je goed gaan; doe dat niet want dan krijg je problemen. Helder, aangenaam.

Maar vaak deden Gods kinderen anders. Ze filterden zijn regels naar eigen voorkeur. Ze voegden er iets aan toe, over wat ze zelf belangrijk vonden. Vervolgens gebruikten ze dat om anderen te kunnen veroordelen. Jezus werd er ooit de dupe van.

Zelf ging Jezus ook best soepel om met de regels van zijn Vader. Want Hij snapte ze. Ze deelden dezelfde Geest. Dus schafte Hij de regels niet af maar gaf ons weer oog voor de wijsheid die erin spreekt. Dan worden ze pas echt een feestje om na te leven.

Opvallend is ook dat Jezus niet snel iemand veroordeelde die de regels overtrad. Liever hielp Hij zo iemand weer terecht. En aan zijn leerlingen gaf Hij slechts één nieuwe regel mee: die van de liefde.

Kornelis Harmannij

Overgrootvader

Nu is het Corona; honderd jaar geleden was het de Spaanse griep. Ik wil u iets vertellen over die tijd, speciaal over de vader van de moeder van mijn moeder.
Deze overgrootvader had graag dominee willen worden. Zijn ouders steunden hem en betaalden zijn studie. Maar toen maakte hij hun dienstmeid zwanger. Einde steun van de ouders, einde studie, zoek het maar uit!
De eerste jaren lukte dat behoorlijk. Tot hij bij een val zijn heup brak. Voor de rest van zijn leven was hij kreupel. Om toch iets van inkomen te hebben, begon hij met zijn vrouw de zoveelste kruidenierswinkel in het dorp. Armoe troef: ’s morgens niet weten of je ’s avonds te eten hebt. Wat hebben ze veel gebeden! Ondertussen kregen ze samen tien kinderen, die ze met Gods hulp mochten grootbrengen.
Toen kwam de Spaanse griep. Ze bleven gespaard. Maar een broer van mijn overgrootmoeder werd samen met zijn vrouw wel geraakt. Beiden overleefden het niet. Ze lieten drie jonge kinderen achter.
Bijzonder vind ik hoe mijn overgrootouders toen reageerden. Ze namen die kinderen bij zich in huis. Nog meer monden om te voeden. ‘We zijn niet rijk aan geld maar wel rijk in ons geloof. Daar laten we deze kinderen in delen’.
Ik voel bewondering en afstand. Afstand: dertien kinderen, is dat normaal? Maar ook bewondering: zou ik het volhouden, om jaren onder het minimum te leven en toch vanuit vertrouwen op God mijn huis royaal open te stellen?

Kornelis Harmannij

Juist nu

Bedrijven adverteren ermee: ‘juist nu’ kunnen wij veel voor u betekenen. Of, als ze iets bescheidener zijn: ‘ook nu’ staan wij voor u klaar. Allerlei instellingen roepen ons op om ‘juist nu’ de idealen waar zij voor staan niet te vergeten maar te blijven steunen.
Het is verleidelijk om als kerk mee te roepen in dat koor. Kom juist nu naar onze diensten! Helaas is dat niet mogelijk. Bij de versoepeling van de maatregelen staan de kerkdiensten – samen met festivals en andere drukbezochte evenementen – voorlopig achteraan. Ja, we hebben onze online-diensten! Voor iedereen te volgen. Maar het blijft behelpen. We snakken naar het moment dat we weer gewoon samen kunnen komen.
Het dwingt ons om ‘juist nu’ ons te bezinnen. Waarvoor zijn we kerk? Waarvoor houden we kerkdiensten?
Het is ook een tijd van bezinning voor ieder persoonlijk. Juist nu ga je nadenken over wat er echt toe doet. Zocht ik alleen mezelf? Dan merk ik nu hoe eenzaam dat is. Leefde ik voor de mensen om me heen? Dan kan ik me opeens zo nutteloos voelen.
Toen Jezus in een dergelijke positie verkeerde, wist Hij het wel: Hij vertrok naar de hemel. Niet als vlucht, maar om vanaf die plek des te meer voor ons te kunnen betekenen. Daar, in het machtscentrum van onze wereld, bij zijn Vader in de hemel.
Donderdag gedenken we zijn ‘hemelvaart’. Juist nu wijst dat ons de weg die altijd open blijft.

Kornelis Harmannij

Afkloppen

‘Even afkloppen: bij ons thuis is nog niemand besmet’. Huh? Afkloppen? Ja, want je moet het noodlot niet uitdagen, toch? Dus om de schijn te vermijden dat je je beter voelt dan een ander, klop je het af op een stuk hout, liefst ongeverfd. Of je zegt alleen ‘even afkloppen’. Dan laten de goden je hopelijk met rust.
Gek, zo’n gewoonte? Dat is het zeker. Onzin? Dat niet helemaal. We ervaren immers dat we ziekte en dood niet in de hand hebben. Het kan je zomaar overkomen. Een kwestie van toeval, zegt de een. Een ander spreekt over het noodlot. En ergens is er het knagende gevoel dat het misschien te maken heeft met een ‘hogere macht’. Dat klinkt griezelig. Maar het biedt ook kansen: stel dat je die hogere macht kunt beïnvloeden? Het afkloppen is zo’n ritueel om hogere machten te vriend te houden. Of het helpt? Waarschijnlijk niet. Maar wat kun je anders?
Als christenen zijn we blij dat we niet aan ‘de goden’ zijn overgeleverd, met hun willekeur, maar aan de Vader van Christus Jezus. De God die zich laat kennen als goed en betrouwbaar. We hoeven Hem niet bij te sturen met vreemde rituelen maar mogen gewoon rechtuit tot Hem bidden.
Dan weten we nog steeds niet welk onheil ons misschien zal overkomen. Dat hoeft ook niet. Ziekte en dood zijn vijanden en dus niet te vertrouwen. Maar God is als een vriend; laat het gerust aan Hem over.

Kornelis Harmannij