Blog

Zon

Geen mooier licht dan zonlicht, geen aangenamer warmte dan zonnewarmte. Wel of geen zon, dat is letterlijk het verschil tussen dag en nacht. Het weer kan wisselen, maar de zon blijft betrouwbaar: we zetten onze klok erop gelijk.

Geen wonder dat in oude religies de zon als godheid werd vereerd. Inmiddels weten we beter. De zon is slechts een van de vele sterren uit het universum. Het maakt degene die al deze zonnen heeft ontworpen en vormgegeven ondertussen alleen maar groter. Hem mogen we met recht God noemen.

Zelf is God meer dan de zon. Hij, als Schepper, was er vanaf het begin; de zon kwam pas halverwege kijken. En ook als de zon zijn tijd heeft gehad, zal God er nog zijn. De Bijbel leert ons uitkijken naar de tijd dat Hij alles nieuw zal maken, een tijd waarin de zon overbodig zal zijn. Want God zelf zal onze zon zijn.

Is dat een verlies? Inderdaad zullen we iedereen uitlachen die beweert de zon te kunnen overtreffen. Behalve als de Schepper van de zon het zegt. Een God die zoiets bijzonders kon bedenken, mogen we vertrouwen als Hij zegt dat het straks nog mooier wordt.

Geniet van de zomer, geniet van de zon. Maar vergeet daarbij niet om de Maker te danken. Want er is geen groter geluk dan je te mogen koesteren in de warmte van Gods goedheid. Daar kan zelfs de zon niet tegenop.

Kornelis Harmannij

Regels

De corona bracht nieuwe regels mee: geen handen schudden, niezen in je elleboog, anderhalve meter afstand houden.

In het begin vonden we zulke regels prettig. Het naleven ervan geeft een gevoel van controle. Maar na verloop van tijd verandert dat. Je gaat je irriteren aan de regels die jij overbodig vindt. Je stoort je aan anderen die zich niet houden aan de regels die jij wel belangrijk vindt.

Bij de regels die God aan de mensen gaf, werkte dat vaak net zo. Ze waren bedoeld om ons in leven te houden. Doe dit en het zal je goed gaan; doe dat niet want dan krijg je problemen. Helder, aangenaam.

Maar vaak deden Gods kinderen anders. Ze filterden zijn regels naar eigen voorkeur. Ze voegden er iets aan toe, over wat ze zelf belangrijk vonden. Vervolgens gebruikten ze dat om anderen te kunnen veroordelen. Jezus werd er ooit de dupe van.

Zelf ging Jezus ook best soepel om met de regels van zijn Vader. Want Hij snapte ze. Ze deelden dezelfde Geest. Dus schafte Hij de regels niet af maar gaf ons weer oog voor de wijsheid die erin spreekt. Dan worden ze pas echt een feestje om na te leven.

Opvallend is ook dat Jezus niet snel iemand veroordeelde die de regels overtrad. Liever hielp Hij zo iemand weer terecht. En aan zijn leerlingen gaf Hij slechts één nieuwe regel mee: die van de liefde.

Kornelis Harmannij

Overgrootvader

Nu is het Corona; honderd jaar geleden was het de Spaanse griep. Ik wil u iets vertellen over die tijd, speciaal over de vader van de moeder van mijn moeder.
Deze overgrootvader had graag dominee willen worden. Zijn ouders steunden hem en betaalden zijn studie. Maar toen maakte hij hun dienstmeid zwanger. Einde steun van de ouders, einde studie, zoek het maar uit!
De eerste jaren lukte dat behoorlijk. Tot hij bij een val zijn heup brak. Voor de rest van zijn leven was hij kreupel. Om toch iets van inkomen te hebben, begon hij met zijn vrouw de zoveelste kruidenierswinkel in het dorp. Armoe troef: ’s morgens niet weten of je ’s avonds te eten hebt. Wat hebben ze veel gebeden! Ondertussen kregen ze samen tien kinderen, die ze met Gods hulp mochten grootbrengen.
Toen kwam de Spaanse griep. Ze bleven gespaard. Maar een broer van mijn overgrootmoeder werd samen met zijn vrouw wel geraakt. Beiden overleefden het niet. Ze lieten drie jonge kinderen achter.
Bijzonder vind ik hoe mijn overgrootouders toen reageerden. Ze namen die kinderen bij zich in huis. Nog meer monden om te voeden. ‘We zijn niet rijk aan geld maar wel rijk in ons geloof. Daar laten we deze kinderen in delen’.
Ik voel bewondering en afstand. Afstand: dertien kinderen, is dat normaal? Maar ook bewondering: zou ik het volhouden, om jaren onder het minimum te leven en toch vanuit vertrouwen op God mijn huis royaal open te stellen?

Kornelis Harmannij

Juist nu

Bedrijven adverteren ermee: ‘juist nu’ kunnen wij veel voor u betekenen. Of, als ze iets bescheidener zijn: ‘ook nu’ staan wij voor u klaar. Allerlei instellingen roepen ons op om ‘juist nu’ de idealen waar zij voor staan niet te vergeten maar te blijven steunen.
Het is verleidelijk om als kerk mee te roepen in dat koor. Kom juist nu naar onze diensten! Helaas is dat niet mogelijk. Bij de versoepeling van de maatregelen staan de kerkdiensten – samen met festivals en andere drukbezochte evenementen – voorlopig achteraan. Ja, we hebben onze online-diensten! Voor iedereen te volgen. Maar het blijft behelpen. We snakken naar het moment dat we weer gewoon samen kunnen komen.
Het dwingt ons om ‘juist nu’ ons te bezinnen. Waarvoor zijn we kerk? Waarvoor houden we kerkdiensten?
Het is ook een tijd van bezinning voor ieder persoonlijk. Juist nu ga je nadenken over wat er echt toe doet. Zocht ik alleen mezelf? Dan merk ik nu hoe eenzaam dat is. Leefde ik voor de mensen om me heen? Dan kan ik me opeens zo nutteloos voelen.
Toen Jezus in een dergelijke positie verkeerde, wist Hij het wel: Hij vertrok naar de hemel. Niet als vlucht, maar om vanaf die plek des te meer voor ons te kunnen betekenen. Daar, in het machtscentrum van onze wereld, bij zijn Vader in de hemel.
Donderdag gedenken we zijn ‘hemelvaart’. Juist nu wijst dat ons de weg die altijd open blijft.

Kornelis Harmannij

Afkloppen

‘Even afkloppen: bij ons thuis is nog niemand besmet’. Huh? Afkloppen? Ja, want je moet het noodlot niet uitdagen, toch? Dus om de schijn te vermijden dat je je beter voelt dan een ander, klop je het af op een stuk hout, liefst ongeverfd. Of je zegt alleen ‘even afkloppen’. Dan laten de goden je hopelijk met rust.
Gek, zo’n gewoonte? Dat is het zeker. Onzin? Dat niet helemaal. We ervaren immers dat we ziekte en dood niet in de hand hebben. Het kan je zomaar overkomen. Een kwestie van toeval, zegt de een. Een ander spreekt over het noodlot. En ergens is er het knagende gevoel dat het misschien te maken heeft met een ‘hogere macht’. Dat klinkt griezelig. Maar het biedt ook kansen: stel dat je die hogere macht kunt beïnvloeden? Het afkloppen is zo’n ritueel om hogere machten te vriend te houden. Of het helpt? Waarschijnlijk niet. Maar wat kun je anders?
Als christenen zijn we blij dat we niet aan ‘de goden’ zijn overgeleverd, met hun willekeur, maar aan de Vader van Christus Jezus. De God die zich laat kennen als goed en betrouwbaar. We hoeven Hem niet bij te sturen met vreemde rituelen maar mogen gewoon rechtuit tot Hem bidden.
Dan weten we nog steeds niet welk onheil ons misschien zal overkomen. Dat hoeft ook niet. Ziekte en dood zijn vijanden en dus niet te vertrouwen. Maar God is als een vriend; laat het gerust aan Hem over.

Kornelis Harmannij

Genezing

Toen Jezus op aarde was, heeft Hij zieken genezen. In enkele gevallen heeft Hij zelfs doden tot leven gewekt. Zou Hij dat vandaag ook kunnen? Vast wel. Waarom doet Hij het dan niet? In ieder geval niet zo dat het ons opvalt. Toch zou het in deze tijden van Corona een welkom geschenk zijn.
Let dus op de reden waarom Jezus genas. Hij vertelde de mensen over het komende wereldrijk van God. Met zijn wonderen bewees Hij dat het echt ergens over gaat: het Rijk van God is meer dan een droom. De genezingen bedoelden hoop te geven.
Het effect was meermalen anders. Dan zijn mensen niet zo bezig met de toekomst die God belooft maar vooral met hun eigen zorgen. Ik wil me weer goed voelen en alles aankunnen. Ik heb te weinig vertrouwen in God om het aan Hem over te laten.
Daarom was Jezus zelf al terughoudend met genezingen. Hij zocht geen spektakel maar geloof. Ook zijn leerlingen hebben zich vooral toegelegd op verkondiging. Wonderlijke genezingen waren nooit meer dan ondersteuning van de boodschap.
Dat bleek toen Jezus zelf in de problemen kwam. Hij zette geen wonderkracht in om aan het kruis te ontkomen. Hij liet zich doden om pas op de derde dag weer op te staan. Zo geeft Hij hoop aan mensen die hier wegsterven. We mogen net als Hij focussen op Gods rijk dat komen zal. Dan staat Hij garant voor een leven waar geen virus tegenop kan.

Kornelis Harmannij

Straf

Is de corona-crisis een straf van God? Zeg niet te snel ‘nee’. Want het is goed om rekening te houden met een God die regeert, een God die reageert op wat wij doen. Het is ook eerlijk om te erkennen dat het handelen van ons mensen meermalen aanleiding geeft tot enige correctie van Boven.
Is de corona-crisis dus inderdaad een straf van God? Zeg ook niet te snel ‘ja’. Want we kennen alleen de grote lijn van Gods werken. De details kennen we niet en moeten we ook maar niet eigenwijs gaan invullen.
Beter is het om vast te houden aan die grote lijn, die we door Jezus steeds beter mochten leren ontdekken. Dan weten we dat God met zijn oordeel niet wacht tot het eind van de tijden. Alle eeuwen door heeft Hij regelmatig de wereld opgeschud en brutale machten afgestraft. Wie weet, wil Hij ook deze tijd gebruiken om ons tot bezinning te brengen en dwaze dromen op te blazen.
Maar vooral weten we dat Hij ons in Christus Jezus een schuilplaats biedt. Jezus heeft de schuld van ons falen op zich genomen en heeft aan het kruis de straf daarvoor verdragen. Wie zich in bescheiden geloof bij Hem voegt, hoeft voor Gods oordeel niet meer bang te zijn. Dan heb ik nog steeds de dood verdiend, maar mag overleven door Christus Jezus. Hij heeft door zijn opstanding de dood overwonnen. Is het niet binnenkort Pasen?

Kornelis Harmannij

Vertrouwen

Wat betekent vertrouwen, wanneer Corona op de loer ligt? Maakt vertrouwen op God je onkwetsbaar? Nee, dat zal niet zo zijn. Maar wat dan wel?
Er zijn er die zeggen: ‘vertrouwen is goed, voorkomen is beter’. Dat klinkt verstandig. Maar ‘vertrouwen’ komt er op deze manier wat bekaaid van af.
Aan de andere kant ken ik ook niemand die zal vinden dat het vertrouwen op God alle voorzorgsmaatregelen overbodig maakt. Je hebt hersens gekregen, gebruik ze!
Maar hoe dan? Uiteindelijk draait het om de vraag wat je met ‘vertrouwen’ bedoelt. Het is geen vrijwaring van problemen maar hulp middenin die problemen. Vertrouwen op God betekent dat je gelooft dat Hij alle dingen in de hand heeft, en vooral: dat Hij daarin betrouwbaar handelt. Hij is een God van recht, Hij zal je nooit bedriegen.
Kijk naar Jezus: Hij vertrouwde op God en kon zo de kruisdood aan. Hij deed wat zijn Vader Hem had opgedragen want Hij vertrouwde dat het alleen op die manier goed zou komen. En dat kwam het.
Zo is het ook voor ons zaak dat we in deze onzekere tijden opnieuw leren om onze keuzes af te stemmen op de wil van God. Doe wat goed is voor Hem, en daarmee voor de mensen om je heen. Dan zal Hij wel zorgen dat het ook goedkomt voor jou. Hoe? Dat is niet van te voren te zeggen. Het is niet voor niets een kwestie van vertrouwen!

Kornelis Harmannij

Intens

Jezus heeft ons geleerd om kort en zakelijk te bidden. God weet wel wat je nodig hebt. Het ‘Onze Vader’ gaf Hij als voorbeeld mee: een kort en krachtig gebed, met voldoende aandacht voor de verschillende facetten van ons bestaan.
Evengoed weten we van diezelfde Jezus dat Hij veel tijd besteedde aan het spreken met zijn hemelse Vader. Zijn gebeden waren echt niet altijd met een minuutje klaar. In de nacht voor zijn arrestatie was Hij zo lang aan het bidden dat zijn leerlingen erbij in slaap vielen.
Blijkbaar ging het Jezus vooral om de intensiteit van ons bidden. Hij was kritisch op mensen die veel woorden gebruiken omdat ze eigenlijk niets te zeggen hebben. Maar Hij heeft waardering voor mensen die net als Hij nachtenlang worstelen met hun vragen, en God daar intensief bij betrekken.
Daarom kon Jezus ook oproepen om nooit te stoppen met bidden. Als je gebed niet direct de gewenste uitwerking heeft, is dat alleen maar reden om ermee door te gaan. Blijf God vragen om hulp! Vroeg of laat zal Hij die geven, op zijn verrassende wijze.
Jezus vormt daarvan zelf het bewijs. Al biddende is Hij gestorven, zonder dat de hemel een teken van leven gaf. Maar toen alles verloren leek, greep God in, haalde zijn Zoon terug uit de dood en blies met zijn Geest de kerk nieuw leven in.
Blijf dus bidden. Het is voor God nooit te laat om iets voor ons te kunnen doen.

Kornelis Harmannij

Licht

De dagen worden weer langer, zeggen we. En we bedoelen: het is weer langer licht. Daar worden we vrolijk van. Want als het buiten lichter is, voelt het van binnen ook een stuk lichter.
Onlangs hoorde ik iemand zeggen dat hij liever zijn benen zou missen dan zijn ogen. Gelukkig hoefde hij niet kiezen. Maar zijn boodschap was duidelijk: we ervaren het als een eerste levensbehoefte om het licht te kunnen zien. Om je te oriënteren, om andere mensen te ontmoeten, om te kunnen lezen. En ja, ook om op je telefoon te kunnen kijken.
Het eerste wat God schiep, was het licht. Niet de zon maar het licht. De zon is slechts een middel, het licht is de essentie. De zon wordt ooit overbodig, zegt de Bijbel. Want God zelf zal ons licht zijn, samen met Jezus, ‘het licht voor de wereld’. Door Hem gaan we de dingen doorzien, door Hem vinden we het geluk, door Hem kunnen we verder op onze weg door het leven.
Het probleem is alleen, zo zei Jezus ooit, dat de mensen te vaak in het donker blijven zitten. Onder het mom van ‘privacy’ verstoppen ze hun doen en laten, omdat ze weten dat veel ervan niet deugt.
Hoe heerlijk moet het dan zijn om in het licht van God te stappen. Hij wil zonden vergeven en ons een nieuwe stijl van leven aanleren. Daden waarvoor we ons niet hoeven te schamen. Een leven in het Licht.

Kornelis Harmannij